Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:2187 ECLI:NL:RBDHA:2023:2187 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2187 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:2187
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11568 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, geboren op [verzoeker] , van Russische nationaliteit, v-nummer: [verzoeker] , (gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 15 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag over de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen. Op 15 juli 2021 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2187 · Rechtbank Den Haag: J.J.J. Jansen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 15 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag over de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen. Op 15 juli 2021 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.

Keywords

AI generated
development costs untimely advance on costs unjustified procedural delay late objection to debt enforcement cost estimate opposition proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11568 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, geboren op [verzoeker] , van Russische nationaliteit, v-nummer: [verzoeker] , (gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 15 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag over de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen. Op 15 juli 2021 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij verzoekschrift van 15 juli 2021 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist. Bij brief van 16 november 2022 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.

3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek toe; gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist; veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837,-. Beslissing Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van B. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.