Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:2169 ECLI:NL:RBDHA:2023:2169 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2169 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:2169
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL23.637 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom – van Berckel). Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:2169 · Rechtbank Den Haag: Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Keywords

AI generated
departure deadline temporary protection for Ukrainians post-flight political activities risk of emigration revocation of refugee status opt-out clause

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL23.637 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom – van Berckel). Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Daarnaast heeft verweerder eiser een terugkeerbesluit opgelegd met de verplichting om Nederland onmiddellijk te verlaten. Ook heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.637) ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 2 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde waren, met voorafgaand bericht van verhindering, niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder heeft op 31 januari 2023 medegedeeld dat eiser op 18 januari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter ondersteuning hiervan heeft verweerder een kopie van een e-mail overgelegd van het COA. Bij bericht van 1 februari 2023 heeft de gemachtigde van eiser bevestigd dat hij geen contact meer heeft kunnen krijgen met eiser en dat hij daarom niet ter zitting zal verschijnen.

3. Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, nu hij op 2 februari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Eiser heeft daarom geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Ten aanzien van het inreisverbod spelen andere belangen. Maar ook ten aanzien daarvan heeft de hoogste bestuursrechter geoordeeld dat sprake moet zijn van contact met de gemachtigde om te spreken van procesbelang. Nu van dergelijk contact niet is gebleken tussen eiser en zijn gemachtigde is het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, niet-ontvankelijk.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Op grond van artikel 31, eerste lid en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579. Zie de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:584, r.o. 2.1.