Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:20132 ECLI:NL:RBDHA:2023:20132 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:20132 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:20132
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.28927 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nr.] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 12 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen afgifte van een visum voor kort verblijf van 8 mei 2023. Bij besluit van 26 september 2023 heeft verweerder laten weten niet langer bezwaar te maken tegen afgifte van het visum.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:20132 · Rechtbank Den Haag: Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen. Het beroep is kennelijk gegrond.

Keywords

AI generated
reimbursement of costs procedural costs party costs of attorney legal representation costs professional expenses management remuneration

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.28927 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nr.] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 12 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen afgifte van een visum voor kort verblijf van 8 mei 2023. Bij besluit van 26 september 2023 heeft verweerder laten weten niet langer bezwaar te maken tegen afgifte van het visum.

Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en tegelijk gevraagd om verweerder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen. Het beroep is kennelijk gegrond.

3. In zijn bericht van 12 oktober 2023 heeft verweerder aangeboden de proceskosten van eiser voor een bedrag van € 418,50 te vergoeden. Er is voor de rechtbank geen aanleiding om zich alsnog uit te laten over de vergoeding van de proceskosten.

4. Verweerder heeft zich in zijn bericht van 12 oktober 2023 niet uitgelaten over het door eiser betaalde griffierecht. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 184 moet vergoeden. Beslissing De rechtbank:  bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht.