ECLI:NL:RBDHA:2023:196 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.6921 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Issa), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen 1. In de uitspraak van 25 oktober 2022 met zaaknummer NL22.6921 heeft de rechtbank vermeld dat tegen de uitspraak binnen zes weken verzet kan worden gedaan bij de rechtbank. Dit is echter niet juist. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, eerste lid, onder a, van de Awb kan daarom hoger beroep worden ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2023:196 · Rechtbank Den Haag: M. Issa), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen 1. In de uitspraak van 25 oktober 2022 met zaaknummer NL22.6921 heeft de rechtbank vermeld dat tegen de uitspraak binnen zes weken verzet kan worden gedaan bij de rechtbank. Dit is echter niet juist. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, eerste lid, onder a, van de Awb kan daarom hoger beroep worden ingesteld.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.6921 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Issa), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen 1. In de uitspraak van 25 oktober 2022 met zaaknummer NL22.6921 heeft de rechtbank vermeld dat tegen de uitspraak binnen zes weken verzet kan worden gedaan bij de rechtbank. Dit is echter niet juist. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, eerste lid, onder a, van de Awb kan daarom hoger beroep worden ingesteld.
2. De rechtbank zal deze kennelijke vergissing herstellen op de hierna te melden wijze. Beslissing De rechtsmiddelenclausule van de uitspraak van 25 oktober 2022 wordt vervangen door: “Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.” Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.