Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:17469 ECLI:NL:RBDHA:2023:17469 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:17469 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:17469
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL23.29328 en NL23.29330 V-nummers: [v-nummer eiseres 1], [v-nummer eiser 1], [v-nummer eiseres 2] en [v-nummer eiser 2] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam eiseres 1], eiseres 1, [naam eiser 1] , eiser 1, mede namens hun minderjarige kinderen: [naam eiseres 2] , eiseres 2, [naam eiser 2] , eiser 2, hierna tezamen: eisers, (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:17469 · Rechtbank Den Haag: Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eisers nog procesbelang hebben bij hun beroepen.

Keywords

AI generated
expatriation and foreign residence allowances illegal departure grounds absence without leave risk of emigration post-flight political activities prolonged absence abroad

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL23.29328 en NL23.29330 V-nummers: [v-nummer eiseres 1], [v-nummer eiser 1], [v-nummer eiseres 2] en [v-nummer eiser 2] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam eiseres 1], eiseres 1, [naam eiser 1] , eiser 1, mede namens hun minderjarige kinderen: [naam eiseres 2] , eiseres 2, [naam eiser 2] , eiser 2, hierna tezamen: eisers, (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr.

W. Epema). Procesverloop Bij besluiten van 15 september 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. De rechtbank heeft de beroepen op 9 november 2023 op zitting behandeld. Eisers zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eisers nog procesbelang hebben bij hun beroepen.

2. Bij brief van 30 oktober 2023 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. Daarbij heeft verweerder een schermafdruk overgelegd van zijn systeem. Hieruit blijkt dat eisers met ingang van 4 november 2023 door het COa zijn gemeld als zijnde met onbekende bestemming vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eisers bij bericht van 1 november 2023 meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eisers en dat hij niet weet waar eisers verblijven.

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

4. Nu eisers op 4 november 2023 met onbekende bestemming zijn vertrokken en geen contact meer onderhoudt met hun gemachtigde en hun gemachtigde ook niet weet waar eisers verblijven, moet ervan uit worden gegaan dat eisers geen prijs meer stellen op de door hen verzochte bescherming en op een beoordeling van hun beroepen. De rechtbank is daarom van oordeel dat eisers geen procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van de door hun ingestelde beroepen tegen het bestreden besluit.

5. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 november 2023 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Centraal Orgaan opvang asielzoekers. ABRvS 22 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.