Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:1689 ECLI:NL:RBDHA:2023:1689 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:1689 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:1689
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13436 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.J. Janse), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Jansen). Procesverloop In het besluit van 23 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen. In het besluit van 27 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:1689 · Rechtbank Den Haag: H.J. Janse), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Jansen). Procesverloop In het besluit van 23 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen. In het besluit van 27 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
compliance with the pre-litigation procedure urgent preliminary ruling procedure advance on court costs provisional divorce measures provisional enforceability procedural guarantee
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13436 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.J. Janse), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Jansen). Procesverloop In het besluit van 23 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen. In het besluit van 27 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.16838, op 23 november 2022 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.16838, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.