Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:15134 ECLI:NL:RBDHA:2023:15134 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:15134 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:15134
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/5612 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. drs. S. Qiao), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: M. Volker). Procesverloop Bij besluit van 19 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, de vaststelling dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en de niet-verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2023:15134 · Rechtbank Den Haag: Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk verklaard onder verwijzing naar artikel 6:6 van de Awb omdat het bezwaar niet van gronden is voorzien. Dit betwist eiseres niet.

Keywords

AI generated
unreasonableness of return to Afghanistan right of return asylum for iranian nationals illegal departure grounds removal to northern Iraq obstacles to return

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:6 van de Awb
Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk verklaard onder verwijzing naar artikel 6:6 van de Awb omdat het bezwaar niet van gronden is voorzien.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/5612 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. drs. S. Qiao), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: M. Volker). Procesverloop Bij besluit van 19 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, de vaststelling dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en de niet-verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk verklaard onder verwijzing naar artikel 6:6 van de Awb omdat het bezwaar niet van gronden is voorzien. Dit betwist eiseres niet.

2. Eiseres voert echter aan dat het bestreden besluit weliswaar een vertrekplicht aan haar oplegt, maar niet voldoet aan de vereisten van de richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn). Eiseres stelt namelijk dat het bestreden besluit ten onrechte geen land van terugkeer vermeldt. Hierbij verwijst zij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155. Daarin is onder meer geoordeeld dat een terugkeerbesluit het land van terugkeer moet vermelden zodat de betrokken vreemdeling eventuele belangen die aan terugkeer naar dat land in de weg staan naar voren kan brengen.

3. In het bestreden besluit staat vermeld dat de vertrekplicht van eiseres volgt uit het primaire besluit van 3 juni 2022 en nog steeds geldt. In het besluit van 3 juni 2022 is opgenomen dat eiseres moet terugkeren naar Iran. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat thans sprake is van een ander land van terugkeer. Niet valt in te zien dat eiseres onvoldoende in de gelegenheid is geweest om haar belangen naar voren te brengen.

4. Het beroep is kennelijk ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 28 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier De rechter is verhinderd om deze uitspraak mede te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.