Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:14799 ECLI:NL:RBDHA:2023:14799 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:14799 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:14799
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/7858 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2023 in de zaak tussen Stichting Werkgroep Nassaubuurt, te Den Haag, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van de stichting tegen het bestreden besluit van 25 november 2021. Met dit besluit heeft het college het bezwaar van de stichting tegen een omgevingsvergunning voor het vergroten van de woning aan de [adres] [nummer] door een uitbouw op de tweede verdieping en een dakterras ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank 2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2023:14799 · Rechtbank Den Haag: Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van de stichting tegen het bestreden besluit van 25 november 2021. Met dit besluit heeft het college het bezwaar van de stichting tegen een omgevingsvergunning voor het vergroten van de woning aan de [adres] [nummer] door een uitbouw op de tweede verdieping en een dakterras ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank 2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Keywords

AI generated
lack of shareholder standing company in difficulties minority shareholder gestor without mandate reopening of proceedings in absentia institutional activity

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/7858 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2023 in de zaak tussen Stichting Werkgroep Nassaubuurt, te Den Haag, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van de stichting tegen het bestreden besluit van 25 november 2021. Met dit besluit heeft het college het bezwaar van de stichting tegen een omgevingsvergunning voor het vergroten van de woning aan de [adres] [nummer] door een uitbouw op de tweede verdieping en een dakterras ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank 2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

3. Op 2 december 2021 heeft A. van Sonsbeeck, als voorzitter, namens de stichting een beroepschrift ingediend. Bij brief van 5 juni 2023 heeft zijn partner aan de rechtbank meegedeeld dat A. van Sonsbeeck op 16 juli 2022 is overleden en dat haar geen andere bestuursleden van de stichting bekend zijn.

4. De rechtbank heeft ambtshalve op 30 augustus 2023 een uittreksel van de stichting opgevraagd bij de Kamer van Koophandel. Uit dit uittreksel blijkt dat de twee overige bestuursleden van de stichting sinds 26 november 2021 niet meer in functie zijn. Door het overlijden van A. van Sonsbeeck heeft de stichting daarom geen bestuursleden meer. Nu er geen bestuursleden zijn die de stichting in deze procedure vertegenwoordigen, is daarmee naar het oordeel van de rechtbank het procesbelang van de stichting komen te vervallen. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.