Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:13698 ECLI:NL:RBDHA:2023:13698 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:13698 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:13698
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24653 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2023 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B.D. Lit), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 21 mei 2023. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2023:13698 · Rechtbank Den Haag: Hampsink, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Rb. Den Haag (zp Arnhem) 5 juni 2023, NL23.14985 (niet gepubliceerd). Rb. Den Haag (zp Arnhem) 20 juli 2023, NL23.19539 (niet gepubliceerd). Dit is mogelijk op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000. Vergelijk de uitspraak van de ABRvS van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.

Keywords

AI generated
extension of therapeutic measures extension of proceedings visa overstay extension of visiting rights duration of judicial expulsion extension of detention deportation

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Dit is mogelijk op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24653 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2023 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B.D. Lit), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 21 mei 2023. 1.1.

De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring twee keer eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 5 juni 2023. Op het eerste vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 20 juli 2023. 1.2. De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier niet op gereageerd. 1.3. De rechtbank heeft het vooronderzoek op 31 augustus 2023 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. Het beroep is ongegrond. Het voortduren van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader 4. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 of bij de afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, dan verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. 4.1.

Uit de uitspraak van 20 juli 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 13 juli 2023) rechtmatig is. Is het voortduren van de maatregel onrechtmatig? 5. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage en dat eiser geen beroepsgronden heeft ingediend. In zoverre ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel? 6. De rechtbank ziet in de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid vanmr.S.M.

Hampsink, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Rb. Den Haag (zp Arnhem) 5 juni 2023, NL23.14985 (niet gepubliceerd). Rb. Den Haag (zp Arnhem) 20 juli 2023, NL23.19539 (niet gepubliceerd). Dit is mogelijk op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000. Vergelijk de uitspraak van de ABRvS van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.