Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:13636 ECLI:NL:RBDHA:2023:13636 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:13636 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:13636
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24167 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E. van den Hombergh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de door de staatssecretaris voorgenomen presentatie op 31 augustus 2023 bij de Nigeriaanse ambassade. 1.1. Verzoeker heeft bij de staatssecretaris bezwaar gemaakt tegen deze presentatie.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:13636 · Rechtbank Den Haag: Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P.H. Evers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zaaknummer NL22.25504. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 82 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De situatie van verzoeker valt niet onder één van de in het tweede en derde lid van dat artikel genoemde uitzonderingen.

Keywords

AI generated
Nigerian asylum application departure deadline diplomatic procedure risk of overstaying undue delay in asylum prolonged absence abroad

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBDHA:2018:11253
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/6684 uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 september 2018 in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , van Afghaanse nationaliteit, verzoeker, (gemachtigde: mr. C.H. van den Berg-Klijbroek, advocaat te Alkmaar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. T. Nauta, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst). Procesverloop Verzoeker heeft op 7 september 2018 bezwaar gemaakt tegen zijn door verweerder voorgenomen presentatie op 14 september 2018 bij een ambassademedewerker van de Afghaanse ambassade.
ECLI:NL:RBDHA:2019:2130
Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/1287 (voorlopige voorziening), [v-nummers], uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker 1] Het verzoek heeft mede betrekking op: [verzoeker 2] [verzoeker 3] [verzoeker 4] (hierna tezamen te noemen: verzoekers) gemachtigde: mr. M. Terpstra, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. L. Mol. Procesverloop Verzoekers hebben op 9 februari 2016 aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
ECLI:NL:RBDHA:2021:12566
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL21.17573 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [naam verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer verzoeker], en [naam verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer verzoekster] mede namens hun minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2] hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigden: mr. S. Kowsari, mr. J. Visschers en mr. J.M. Rozema). Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 juni 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als ongegrond.
ECLI:NL:RBDHA:2022:12060
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8203 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. R.N. van der Ham), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. Croonen). Procesverloop In het besluit van 31 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van eenverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24167 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E. van den Hombergh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de door de staatssecretaris voorgenomen presentatie op 31 augustus 2023 bij de Nigeriaanse ambassade. 1.1. Verzoeker heeft bij de staatssecretaris bezwaar gemaakt tegen deze presentatie.

Op 23 augustus 2023 heeft verzoeker, onder verwijzing naar de gronden van bezwaar, de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat afgezien wordt van de presentatie zolang nog niet op het beroep bij de rechtbank inzake de asielprocedure is beslist. 1.2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder de zaak op een zitting te behandelen. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. Vanwege de omstandigheid dat de presentatie in persoon bij de ambassade staat gepland op 31 augustus 2023, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van spoedeisend belang.

4. Het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag, welk besluit tevens geldt als terugkeerbesluit, heeft tot gevolg dat de rechtsgevolgen van dat besluit zijn opgeschort. Desondanks kan van verzoeker medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De vraag is of het in het kader van deze voorbereiding in deze fase ook is toegestaan om verzoeker in contact te brengen met de autoriteiten van zijn land van herkomst.

5. Uit het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Gnandi volgt dat de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit niet intreden zolang een rechter niet heeft beslist op het beroep gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag. De staatssecretaris heeft ook niet de bevoegdheid verzoeker uit te zetten hangende de beroepsprocedure. Ook volgt uit het arrest dat verzoeker zijn status van asielzoeker hangende de beroepsprocedure behoudt. De beroepsprocedure tegen de afwijzing van de asielaanvraag en dus tevens het terugkeerbesluit loopt nog bij deze rechtbank.

6. De voorzieningenrechter maakt uit het arrest Gnandi op dat hangende het beroep tegen het terugkeerbesluit weliswaar niet alle uitzettingshandelingen door de staatssecretaris zijn verboden, maar dat deze uitzettingshandelingen wel zijn verboden als ze de effectiviteit van het rechtsmiddel aantasten. Weliswaar komt het mogen afwachten van het beroep niet in gevaar met een presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten, maar het gaat hier niet alleen om het afwachten van de procedure, maar ook de effectiviteit van de uitkomst daarvan. Een presentatie bij de autoriteiten van het land waartegen verzoeker bescherming vraagt, voordat een rechter zich over die beschermingsvraag heeft uitgelaten, tast de effectiviteit van (de uitkomst van) het rechtsmiddel dus ook aan. Dit geldt temeer nu het juist (mede) de autoriteiten van Nigeria zijn waarvoor verzoeker stelt te vrezen.

7. Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat presentatie van verzoeker bij de ambassade van zijn land van herkomst verboden is totdat op het beroep in de asielprocedure is beslist. Conclusie en gevolgen 8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat presentatie van verzoeker bij de ambassade van zijn land van herkomst verboden is totdat op het beroep in de asielprocedure is beslist.

9. Omdat het verzoek wordt toegewezen komt verzoeker in aanmerking voor vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. De voorzieningenrechter stelt de hoogte van deze vergoeding met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 837,- (één punt voor het indienen van het verzoekschrift met wegingsfactor 1). Omdat verzoeker is vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen, hoeft de staatssecretaris dat niet te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek toe; treft de voorlopige voorziening dat presentatie bij de ambassade achterwege blijft tot op het beroep in de asielprocedure is beslist; veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P.H. Evers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zaaknummer NL22.25504. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 82 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De situatie van verzoeker valt niet onder één van de in het tweede en derde lid van dat artikel genoemde uitzonderingen.

Dit volgt uit artikel 61, eerste lid, van de Vw 2000. HvJEU 19 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:465. Vergelijk de uitspraken van deze rechtbank van 13 september 2018 (zp. Haarlem, ECLI:NL:RBDHA:2018:11253), 5 maart 2019 (zp. Rotterdam, ECLI:NL:RBDHA:2019:2130), 11 november 2021 (zp. Middelburg, ECLI:NL:RBDHA:2021:12566) en 11 mei 2022 (zp. Utrecht, ECLI:NL:RBDHA:2022:12060).