Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2023:12697 ECLI:NL:RBDHA:2023:12697 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:12697 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2023:12697
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 22/2939 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: N.G.A. Voorbach), en de invorderingsambtenaar van de gemeente Den Haag , verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 14 april 2022 op het bezwaar van eiser tegen de aanmaningskosten die aan hem in rekening zijn gebracht voor een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2023.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2023:12697 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 150. De rechtbank heeft daartoe de volgende bijzondere omstandigheden in aanmerking genomen. Het bezwaar- en beroepschrift bevatten slechts algemene standaardteksten die ook in andere zaken die op deze zitting zijn behandeld zijn aangevoerd, het beroepschrift is in hoofdzaak gebaseerd op de onjuiste stelling dat de naheffingsaanslag niet zou zijn ontvangen en het betreft een zeer gering belang van € 8.

Keywords

AI generated
charging of procedural costs administrative costs assumption of costs unnecessary costs expropriation costs party costs of attorney
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 22/2939 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: N.G.A. Voorbach), en de invorderingsambtenaar van de gemeente Den Haag , verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 14 april 2022 op het bezwaar van eiser tegen de aanmaningskosten die aan hem in rekening zijn gebracht voor een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2023.

Namens eiser is mr. [naam 1], kantoorgenoot van de gemachtigde, verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2]. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - vernietigt de beschikking aanmaningskosten; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 150; - draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 50 aan hem te vergoeden; - bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van de wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.

Overwegingen 1. In geschil is of de aanmaningskosten van € 8 terecht in rekening zijn gebracht. In het beroepschrift heeft eiser aangevoerd dat dit niet het geval is omdat hij de naheffingsaanslag niet zou hebben ontvangen en verweerder daarvoor geen sluitende verzendadministratie heeft kunnen verstrekken. Verweerder heeft erop gewezen dat de gemachtigde bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag en dat de naheffingsaanslag dus moet zijn ontvangen door eiser. Eiser heeft dit ter zitting erkend maar aangevoerd dat, nu er bezwaar was ingediend tegen de naheffingsaanslag, er nog een aanmaning verzonden had mogen worden en dus de aanmaningskosten nog steeds ten onrechte in rekening zijn gebracht.

2. Tijdens de zitting heeft verweerder verklaard dat de aanmaningskosten feitelijk al zijn komen te vervallen, maar dat eiser daarover niet is bericht. Daarmee erkent verweerder dat de aanmaningskosten vernietigd moeten worden.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond verklaard. De overige gronden behoeven daarom geen behandeling.

4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 150. De rechtbank heeft daartoe de volgende bijzondere omstandigheden in aanmerking genomen. Het bezwaar- en beroepschrift bevatten slechts algemene standaardteksten die ook in andere zaken die op deze zitting zijn behandeld zijn aangevoerd, het beroepschrift is in hoofdzaak gebaseerd op de onjuiste stelling dat de naheffingsaanslag niet zou zijn ontvangen en het betreft een zeer gering belang van € 8.

Gezien die omstandigheden acht de rechtbank een hogere vergoeding niet in verhouding tot de door de gemachtigde geleverde inspanningen en het daarmee te dienen zeer geringe belang. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).