Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:9508 ECLI:NL:RBDHA:2022:9508 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:9508 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:9508
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8098 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoekster V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:9508 · Rechtbank Den Haag: O. Sarac), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Keywords

AI generated
advance on court costs provisional legal aid lack of prosecutorial standing provisional practice authorization preliminary proceedings authorization to sue
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8098 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoekster V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 15 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL22.8097 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard.

Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.