Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:93 ECLI:NL:RBDHA:2022:93 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:93 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:93
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12239 uitspraak van de enkelvoudige kamer op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. R. Bom), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 27 juli 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft bij beschikking van 26 oktober 2021 alsnog inwilligend beslist op de aanvraag van eiser.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb, artikel 8:88 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:93 · Rechtbank Den Haag: Gelet op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (de Tijdelijke wet) zoals deze luidt sinds 11 juli 2021, is het - op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb – weer mogelijk om beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag. De rechtbank was dan ook bevoegd om van het ingetrokken beroep kennis te nemen.

Keywords

AI generated
compensation of refugees expatriation allowance remand detention compensation costs of detention unworthiness of asylum asylum policy

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12239 uitspraak van de enkelvoudige kamer op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr.
artikel 8:75a van de Awb
artikel 8:75 van de Awb
artikel 8:88 van de Awb
Er is verder geen aanleiding om het verzoek aan te merken als verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12239 uitspraak van de enkelvoudige kamer op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. R. Bom), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft op 27 juli 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft bij beschikking van 26 oktober 2021 alsnog inwilligend beslist op de aanvraag van eiser.

Verweerder heeft verder geoordeeld dat hij aan verzoeker geen bestuurlijke dwangsom is verschuldigd. Verzoeker heeft bij schrijven van 2 november 2021 het beroep ingetrokken en gelijktijdig de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 , eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld.

2. Gelet op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (de Tijdelijke wet) zoals deze luidt sinds 11 juli 2021, is het - op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb – weer mogelijk om beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag. De rechtbank was dan ook bevoegd om van het ingetrokken beroep kennis te nemen.

3. Vaststaat dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank zal verweerder daarom veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank stelt de kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 374,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en wegingsfactor 0,5).

4. Voor zover verzoeker daarnaast stelt aanspraak te maken op een vergoeding wegens het niet tijdig beslissen, mist het verzoek wettelijke grondslag. Daargelaten dat het beroep (dat ook ziet op de dwangsombeschikking van verweerder) is ingetrokken, geldt dat ingevolge artikel 1 van de Tijdelijke wet zoals deze luidt sinds 11 juli 2021 de regeling uit de Awb voor bestuurlijke dwangsommen niet van toepassing is in asielzaken. Er is verder geen aanleiding om het verzoek aan te merken als verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Awb.

Het niet vaststellen van verbeurde dwangsommen betreft immers geen schade. Verzoeker heeft overigens geen concrete schade gesteld. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 374. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank.

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.