ECLI:NL:RBDHA:2022:9030 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16319 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.H. van Akenborgh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils). Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1980 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
Legislator headnote
AI generatedartikel 59a van de Vw; ECLI:NL:RBDHA:2022:9030 · Rechtbank Den Haag: Vaststaat dat uit Eurodac blijkt dat eiser eerder (27 augustus 2020) een asielaanvraag heeft gedaan in Slowakije, waarop nog niet is beslist. Verder staat vast dat eiser thans heeft verklaard asiel te willen aanvragen in Nederland. Onder deze omstandigheden is eiser terecht op grond van artikel 59a van de Vw in bewaring kunnen worden gesteld, nu concrete aanknopingspunten aanwezig zijn dat de Dublinverordening op eiser van toepassing is. Gelet op de overigens niet betwiste zware en lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, heeft verweerder eiser verder op goede gronden in bewaring gesteld.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16319 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.H. van Akenborgh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils). Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1980 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser stelt dat hij een verblijfsrecht heeft in Slowakije en hij verblijft daarom rechtmatig binnen de EU. Eiser twijfelt daarom of gesteld kan worden dat hij onrechtmatig in Nederland verblijft. Gelet op deze twijfel had de maatregel niet opgelegd mogen worden en is deze van meet af aan onrechtmatig, aldus eiser.
3. Vaststaat dat uit Eurodac blijkt dat eiser eerder (27 augustus 2020) een asielaanvraag heeft gedaan in Slowakije, waarop nog niet is beslist. Verder staat vast dat eiser thans heeft verklaard asiel te willen aanvragen in Nederland. Onder deze omstandigheden is eiser terecht op grond van artikel 59a van de Vw in bewaring kunnen worden gesteld, nu concrete aanknopingspunten aanwezig zijn dat de Dublinverordening op eiser van toepassing is. Gelet op de overigens niet betwiste zware en lichte gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, heeft verweerder eiser verder op goede gronden in bewaring gesteld.
4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet 2000. Europese Unie. Verordening (EU) nr. 604/2013.