Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:8563 ECLI:NL:RBDHA:2022:8563 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:8563 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:8563
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2176 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam 1], V-nummer: [Nummer 1], verzoekster mede namens haar minderjarige kinderen: [Naam 2] , V-nummer: [Nummer 2] [Naam 3] , V-nummer: [Nummer 3] [Naam 4] , V-nummer: [Nummer 4] (gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M.J. Roeloffzen). Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:8563 · Rechtbank Den Haag: Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 van de Awb een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien bij de intrekking van het beroep daarom wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

Keywords

AI generated
discontinuation of proceedings reasonable duration of the proceedings procedural costs late procedural objections untimely advance on costs suspension of bankruptcy proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75 van de Awb
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2176 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam 1], V-nummer: [Nummer 1], verzoekster mede namens haar minderjarige kinderen: [Naam 2] , V-nummer: [Nummer 2] [Naam 3] , V-nummer: [Nummer 3] [Naam 4] , V-nummer: [Nummer 4] (gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: M.J. Roeloffzen). Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag ingewilligd. Tevens heeft verweerder de door hem aan verzoekster te betalen bestuurlijke dwangsom vastgesteld op € 1.397. Verzoekster heeft het beroep hierna ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank desgevraagd meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 379,50. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 van de Awb een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien bij de intrekking van het beroep daarom wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster is tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verzoekster heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.

4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoekster heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 759 en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

5. De rechtbank wijst erop dat verzoekster wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, zodat verweerder niet op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het griffierecht te vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.