Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:8167 ECLI:NL:RBDHA:2022:8167 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:8167 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:8167
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7251 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop In het besluit van 12 januari 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag tot vaststellen van rechtmatig verblijf op grond van het EU-recht afgewezen. In het besluit van 28 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:8167 · Rechtbank Den Haag: M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop In het besluit van 12 januari 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag tot vaststellen van rechtmatig verblijf op grond van het EU-recht afgewezen. In het besluit van 28 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

Keywords

AI generated
right to a decision unjustified procedural delay untimely request for extension urgent preliminary ruling procedure lack of urgency statute of limitations bar
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7251 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop In het besluit van 12 januari 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag tot vaststellen van rechtmatig verblijf op grond van het EU-recht afgewezen. In het besluit van 28 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.7250, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M. van Andel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.