Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:8027 ECLI:NL:RBDHA:2022:8027 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:8027 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:8027
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.6342 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Eiseres heeft op 12 april 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Verweerder heeft op 21 juli 2022 op de asielaanvraag van eiseres beslist. Dit besluit bevat ook een dwangsombeschikking. Eiseres De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiseres. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, wordt het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:8027 · Rechtbank Den Haag: Eiseres heeft verzocht om verweerder te veroordelen tot betaling van bestuurlijke dwangsommen. Bij dwangsombeschikking van 21 juli 2022 heeft verweerder echter terecht vastgesteld dat hij aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen is verschuldigd. Op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND zijn de artikelen 4:17 tot en met 4:19 van de Awb immers niet van toepassing in asielzaken.

Keywords

AI generated
lack of procedural indigence unjustified procedural delay untimely advance on costs delayed asylum application statute of limitations bar inactivity after procedural stay
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.6342 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Eiseres heeft op 12 april 2022 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Verweerder heeft op 21 juli 2022 op de asielaanvraag van eiseres beslist. Dit besluit bevat ook een dwangsombeschikking. Eiseres De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiseres. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, wordt het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

2. Eiseres heeft verzocht om verweerder te veroordelen tot betaling van bestuurlijke dwangsommen. Bij dwangsombeschikking van 21 juli 2022 heeft verweerder echter terecht vastgesteld dat hij aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen is verschuldigd. Op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND zijn de artikelen 4:17 tot en met 4:19 van de Awb immers niet van toepassing in asielzaken.

3. Omdat de termijn om op de aanvraag te beslissen in dit geval al was verstreken, heeft eiseres aanleiding kunnen zien om beroep in te stellen. Verweerder is verder op juiste wijze in gebreke is gesteld. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank deze vast op € 379,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van € 759,- per punt en wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50,- (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig eurocent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht.