Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:7583 ECLI:NL:RBDHA:2022:7583 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:7583 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:7583
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20375 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.R.F. Berte), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Visscher). Procesverloop Bij besluit van 24 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:7583 · Rechtbank Den Haag: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 31, eerste lid jo. artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Keywords

AI generated
deportation despite health issues provisional suspension unfit notwithstanding health condition cessation of insurance benefits stay of deportation order unreasonableness of expulsion
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20375 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.R.F. Berte), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Visscher). Procesverloop Bij besluit van 24 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.20374, op 7 juli 2022 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door een waarnemer van zijn gemachtigde, mr. P.H. Hillen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.20374, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 31, eerste lid jo. artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).