Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:7574 ECLI:NL:RBDHA:2022:7574 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:7574 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:7574
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11261 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.C. van Asperen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H. El Hajoui). Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:7574 · Rechtbank Den Haag: Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

Keywords

AI generated
advance on court costs remission of procedural costs development costs urgent preliminary ruling procedure procedural preliminary objections cost estimate

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11261 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.C. van Asperen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H. El Hajoui). Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe stekt de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL22.11260, op 5 juli 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook is I. Weldeselassi als tolk ter zitting verschenen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL22.11260, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard.

2. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J.C. de Grauw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.