ECLI:NL:RBDHA:2022:7408 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL22.4966 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam 1] en [Naam 2], verzoekers V-nummers: [Nummer 1] en [Nummer 2] (gemachtigde: mr. D. Schaap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluiten van 26 augustus 2021 (primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor het wijzigen van de beperking van haar verblijfsvergunning en de aanvraag van verzoeker voor de verlenging van zijn verblijfsvergunning afgewezen. In het besluit van 23 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2022:7408 · Rechtbank Den Haag: Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. Overwegingen 1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij uitspraak van vandaag is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL22.4966 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam 1] en [Naam 2], verzoekers V-nummers: [Nummer 1] en [Nummer 2] (gemachtigde: mr. D. Schaap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluiten van 26 augustus 2021 (primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor het wijzigen van de beperking van haar verblijfsvergunning en de aanvraag van verzoeker voor de verlenging van zijn verblijfsvergunning afgewezen. In het besluit van 23 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. Overwegingen 1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij uitspraak van vandaag is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht.