Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:7386 ECLI:NL:RBDHA:2022:7386 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:7386 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:7386
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12570 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. J. van de Wiel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 11 januari 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van verzoekster ingetrokken. Bij besluit van 8 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:7386 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
reopening of proceedings discontinuation of proceedings review procedures opposition proceedings continuation of contract reconsideration

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12570 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. J. van de Wiel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 11 januari 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van verzoekster ingetrokken. Bij besluit van 8 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zaaknummer NL21.12569.