Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:6607 ECLI:NL:RBDHA:2022:6607 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:6607 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:6607
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.5912 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het voornemen geuit om uitspraak te doen zonder een zitting te houden. Eiser heeft hierop instemmend gereageerd. Verweerder heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn gereageerd. Bij besluit van 20 juni 2022 heeft verweerder eisers asielaanvraag ingewilligd. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat inmiddels alsnog een besluit op die aanvraag is genomen zodat eiser om die reden in zoverre geen procesbelang meer heeft bij dit beroep.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55c van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:6607 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat daartoe de mogelijkheid. Dat is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 15 september 2021. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt verder dat sprake is van tegemoetkomen in situaties als die van eiser waarin hangende een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit wordt genomen, bijvoorbeeld de uitspraak van 3 juni 2015.

Keywords

AI generated
delayed asylum application suspension of naturalization stay of deportation order inactivity after procedural stay right to a decision prolonged absence abroad

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55c van de Awb
In dat artikel is onder andere artikel 8:55c van de Awb, op grond waarvan de bestuursrechter op verzoek de verbeurde bestuurlijke dwangsommen kan vaststellen, buiten toepassing verklaard.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBDHA:2022:2641
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL21.16269 uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2022 in de zaak tussen [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:RVS:2021:2068
202004976/1/R3. Datum uitspraak: 15 september 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te Dordrecht, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2020 in zaak nr. 17/3711 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht. Procesverloop Bij besluit van 9 september 2016 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Huis Roodenburch B.V. voor het gebruiken van de tuin ten behoeve van een terras, het plaatsen van tuinmeubilair en het uitvoeren van (grond)werkzaamheden aan de Wijnstraat 153 in Dordrecht.
ECLI:NL:RVS:2015:1753
201408391/1/A3. Datum uitspraak: 3 juni 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 2 september 2014 in zaak nr. 13/2736 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 25 april 2013 heeft de minister een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) ingewilligd. Bij besluit van 3 december 2013 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.5912 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het voornemen geuit om uitspraak te doen zonder een zitting te houden. Eiser heeft hierop instemmend gereageerd. Verweerder heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn gereageerd. Bij besluit van 20 juni 2022 heeft verweerder eisers asielaanvraag ingewilligd. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat inmiddels alsnog een besluit op die aanvraag is genomen zodat eiser om die reden in zoverre geen procesbelang meer heeft bij dit beroep.

2. Een procesbelang kan nog wel zijn gelegen in de overweging van verweerder om geen bestuurlijke dwangsommen toe te kennen. Verweerder heeft daartoe gewezen op artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Tijdelijke wet). In dat artikel is onder andere artikel 8:55c van de Awb, op grond waarvan de bestuursrechter op verzoek de verbeurde bestuurlijke dwangsommen kan vaststellen, buiten toepassing verklaard. Eiser heeft gewezen op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2022, maar deze uitspraak leidt op dit punt niet tot een ander oordeel. In deze uitspraak is namelijk niet het afschaffen van de bestuurlijke dwangsommen onverbindend verklaard, maar slechts het afschaffen van de rechterlijke dwangsommen. Dit levert dan ook niet alsnog procesbelang op, zodat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat daartoe de mogelijkheid. Dat is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 15 september 2021. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt verder dat sprake is van tegemoetkomen in situaties als die van eiser waarin hangende een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit wordt genomen, bijvoorbeeld de uitspraak van 3 juni 2015.

Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 379,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep niet-ontvankelijk;  veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. ECLI:NL:RBDHA:2022:2641. ECLI:NL:RVS:2021:2068. ECLI:NL:RVS:2015:1753.