Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:6424 ECLI:NL:RBDHA:2022:6424 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:6424 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:6424
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/5529 uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juni 2022 in de zaak tussen [verzoekster], van Spaanse nationaliteit, verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Jankie), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 7 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft gehad als gemeenschapsonderdaan. Bij besluit van 15 september 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:6424 · Rechtbank Den Haag: Verzoekster heeft tegen het besluit van 15 september 2021 beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 22 september 2021 heeft verweerder een nieuw besluit op het bezwaar genomen. Ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) richt het ingestelde beroep van verzoekster zich ook tegen dat nieuwe besluit. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
discontinuation of proceedings inactivity after procedural stay untimely recusal request right to a decision unjustified procedural delay order of abandonment of proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) richt het ingestelde beroep van verzoekster zich ook tegen dat nieuwe besluit.
artikel 8:81 van de Awb
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/5529 uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juni 2022 in de zaak tussen [verzoekster], van Spaanse nationaliteit, verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Jankie), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 7 juli 2021 (primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft gehad als gemeenschapsonderdaan. Bij besluit van 15 september 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het besluit van 15 september 2021 beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 22 september 2021 heeft verweerder een nieuw besluit op het bezwaar genomen. Ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) richt het ingestelde beroep van verzoekster zich ook tegen dat nieuwe besluit. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2022. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zaaknummer AWB 21/5528.