ECLI:NL:RBDHA:2022:6340 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3428 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor de verlening van een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van artikel 18 en 19 van het Terugtrekkingsakkoord als bedoeld in paragraaf B13/2.1 van de Vc afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2022:6340 · Rechtbank Den Haag: M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor de verlening van een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van artikel 18 en 19 van het Terugtrekkingsakkoord als bedoeld in paragraaf B13/2.1 van de Vc afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3428 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor de verlening van een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van artikel 18 en 19 van het Terugtrekkingsakkoord als bedoeld in paragraaf B13/2.1 van de Vc afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. Overwegingen 1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij uitspraak van vandaag is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Vreemdelingencirculaire 2000. Algemene wet bestuursrecht.