ECLI:NL:RBDHA:2022:6302 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5070 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Taheri), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 december 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfvergunning van verzoeker met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ ingetrokken met terugwerkende kracht tot 8 juni 2021 en de aanvraag tot het wijzigen van het verblijfsdoel naar ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2022:6302 · Rechtbank Den Haag: Bij besluit van 17 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL22.5069 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5070 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Taheri), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 december 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfvergunning van verzoeker met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ ingetrokken met terugwerkende kracht tot 8 juni 2021 en de aanvraag tot het wijzigen van het verblijfsdoel naar ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
Bij besluit van 17 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL22.5069 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard.
Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.