Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:6256 ECLI:NL:RBDHA:2022:6256 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:6256 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:6256
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/7305 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer], en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 15 februari 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:6256 · Rechtbank Den Haag: Nadat verweerder op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoeker beroep (AWB 22/1422) en een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening (AWB 22/1423) ingediend.

Keywords

AI generated
request for protection status withdrawal of petition untimely request for extension provisional setting aside of opposition late objection to debt enforcement pending proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/7305 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer], en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 15 februari 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.

2. Nadat verweerder op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoeker beroep (AWB 22/1422) en een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening (AWB 22/1423) ingediend.

3. Omdat er geen bezwaar meer aanhangig is, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.