Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:5697 ECLI:NL:RBDHA:2022:5697 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:5697 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:5697
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20163 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. E. Arslan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Overwegingen De rechtbank stelt vast dat haar uitspraak van 3 mei 2022 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenvergoeding. De rechtbank ziet aanleiding de beslissing aan te passen. Beslissing De rechtbank verbetert haar uitspraak van 3 mei 2022, NL21.20163, door in rechtsoverweging 21 op te nemen:

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:5697 · Rechtbank Den Haag: Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Keywords

AI generated
party costs charging of procedural costs repair costs legal fees compensation for judicial errors cost-recovery principle
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20163 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. E. Arslan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Overwegingen De rechtbank stelt vast dat haar uitspraak van 3 mei 2022 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenvergoeding. De rechtbank ziet aanleiding de beslissing aan te passen. Beslissing De rechtbank verbetert haar uitspraak van 3 mei 2022, NL21.20163, door in rechtsoverweging 21 op te nemen:

21. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 1). Het dictum in de uitspraak van 3 mei 2022 komt als gevolg van deze correctie als volgt te luiden: De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518 (vijftienhonderdachttien euro); - draagt verweerder op om het door eiser betaalde griffierecht te betalen ten bedrage van € 181 (honderdeenentachtig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.