Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:5173 ECLI:NL:RBDHA:2022:5173 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:5173 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:5173
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.1963 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] eiser v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. Arslan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Eiser heeft op 7 februari 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft op 1 maart 2022 een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 18 maart 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. De rechtbank heeft bij brief van 28 februari 2022 eiser verzocht de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:5173 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank leidt daar uit af dat het beroep gehandhaafd wordt. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 18 maart 2022 alsnog op de asielaanvraag van eiser heeft beslist. Eiser heeft geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dan al bereikt is: verweerder heeft een inwilligend besluit op de aanvraag genomen.

Keywords

AI generated
right to a decision procedural deadline discontinuation of proceedings undue delay in asylum revision of asylum decision late recusal request

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb
Daarom is op grond van artikel 8:75 van de Awb een proceskostenveroordeling in dit geval aangewezen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.1963 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] eiser v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. Arslan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Eiser heeft op 7 februari 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder heeft op 1 maart 2022 een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 18 maart 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. De rechtbank heeft bij brief van 28 februari 2022 eiser verzocht de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken.

Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank leidt daar uit af dat het beroep gehandhaafd wordt. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 18 maart 2022 alsnog op de asielaanvraag van eiser heeft beslist. Eiser heeft geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dan al bereikt is: verweerder heeft een inwilligend besluit op de aanvraag genomen.

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk. Het beroep heeft niet van rechtswege mede betrekking op het inwilligend besluit omdat dat besluit geheel aan het beroep tegemoetkomt, in de zin van artikel 6:20, derde lid, van de Awb.

2. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en dus gehandhaafd, terwijl verweerder door het nemen van het besluit op 18 maart 2022 aan eiser tegemoet is gekomen. Daarom is op grond van artikel 8:75 van de Awb een proceskostenveroordeling in dit geval aangewezen. Bij verweerschrift van 1 maart 2022 heeft verweerder verklaard zich niet tegen veroordeling in de proceskosten te verzetten.

3. De rechtbank zal verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5). Beslissing - de rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.S.D.C.J.

Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.