Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:5010 ECLI:NL:RBDHA:2022:5010 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:5010 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:5010
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18120 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoekster v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. C.H.M. Geraedts), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 5 november 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:5010 · Rechtbank Den Haag: Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 9 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.2556 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.

Keywords

AI generated
complexity of proceedings advance on court costs principle of expeditious proceedings ongoing procedure urgent preliminary ruling procedure stay of proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18120 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoekster v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. C.H.M. Geraedts), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 5 november 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 9 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.2556 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.

Een voorlopige voorziening is niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.