Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:4920 ECLI:NL:RBDHA:2022:4920 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:4920 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:4920
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.8042 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Bozbey), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 22 maart 2022 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft voortgangsgegevens overgelegd. Eiser heeft daarop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 13 mei 2022 gesloten. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Marokkaanse nationaliteit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8 van het EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2022:4920 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3338, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

Keywords

AI generated
illegal departure grounds prolonged absence abroad risk of overstaying removal Nigerian asylum application unreasonableness of return to Afghanistan

Cited Legislation

AI generated
artikel 8 van het EVRM
De rechtbank volgt eiser hierin niet, omdat, zoals ook in de hiervoor genoemde uitspraak is overwogen, eiser niet gedwongen wordt zich te laten vaccineren zodat artikel 8 van het EVRM niet in het geding is.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.8042 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Bozbey), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 22 maart 2022 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft voortgangsgegevens overgelegd. Eiser heeft daarop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 13 mei 2022 gesloten. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Marokkaanse nationaliteit.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3338, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert primair aan dat het laten voorduren van de maatregel van bewaring in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) omdat van hem wordt verwacht dat hij zich tegen het coronavirus laat vaccineren teneinde Marokko te kunnen inreizen, terwijl hij principiële bezwaren heeft tegen vaccinatie. De rechtbank volgt eiser hierin niet, omdat, zoals ook in de hiervoor genoemde uitspraak is overwogen, eiser niet gedwongen wordt zich te laten vaccineren zodat artikel 8 van het EVRM niet in het geding is. De rechtbank neemt hierbij nog in aanmerking dat eiser in het vertrekgesprek van 6 mei 2022 om 13:25 uur niet heeft verklaard dat hij zich om principiële redenen niet wenst te laten vaccineren, maar wel omdat hij niet aan de inreisvoorwaarden voor terugkeer naar Marokko wenst te voldoen.

5. Subsidiair voert eiser aan dat geen sprake is van concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko, omdat hij niet bereid is zich te laten vaccineren terwijl Marokko de vaccinatieplicht als inreisvoorwaarde blijft handhaven. Ook hierin kan eiser niet worden gevolgd. De omstandigheid dat eiser niet meewerkt aan zijn vertrek, brengt niet met zich dat daardoor geen zich op uitzetting bestaat. Anders dan de keuze van eiser om niet mee te werken, bestaat er, voor zover de rechtbank bekend, namelijk geen beletsel om eiser uit te zetten naar Marokko.

6. Het beroep is ongegrond. Om die reden wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep ongegrond;  wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.