Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:4308 ECLI:NL:RBDHA:2022:4308 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:4308 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:4308
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/9537 uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2022 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.H. Bruggink), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.S. van den Anker). Procesverloop Bij besluit van 5 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 van het EVRM’ afgewezen en aan verzoekster een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Bij besluit van 24 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8 van het EVRM, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:4308 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
discontinuation of proceedings inactivity after procedural stay reopening of proceedings in absentia ongoing procedure urgent preliminary ruling procedure non-active status

Cited Legislation

AI generated
artikel 8 van het EVRM
artikel 8:81 van de Awb
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/9537 uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 april 2022 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.H. Bruggink), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.S. van den Anker). Procesverloop Bij besluit van 5 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 van het EVRM’ afgewezen en aan verzoekster een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Bij besluit van 24 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2022. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Algemene wet bestuursrecht. Zaaknummer AWB 20/9536.