Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:4276 ECLI:NL:RBDHA:2022:4276 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:4276 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:4276
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19295 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 3 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld. Eiser wordt een vertrektermijn onthouden en dient Nederland onmiddellijk te verlaten. Verweerder heeft verder een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiser heeft gesteld te zijn geboren op [Geb. datum] 2002 en in het bezit te zijn van de Algerijnse nationaliteit. Eiser heeft op 18 september 2021 asiel aangevraagd in Nederland.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:4276 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft de rechtbank op 1 februari 2022 laten weten dat eiser sinds 9 december 2021 met onbekende bestemming is vertrokken.

Keywords

AI generated
Nigerian asylum application refugee status prolonged absence abroad undue delay in asylum applicability of immigration law asylum for afghan nationals

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19295 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 3 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld. Eiser wordt een vertrektermijn onthouden en dient Nederland onmiddellijk te verlaten. Verweerder heeft verder een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiser heeft gesteld te zijn geboren op [Geb. datum] 2002 en in het bezit te zijn van de Algerijnse nationaliteit. Eiser heeft op 18 september 2021 asiel aangevraagd in Nederland.

2. Verweerder heeft eiser op 4 november 2021 opgeroepen voor een nader gehoor over zijn asielaanvraag op 17 november 2021, maar eiser is daar zonder bericht niet verschenen. Verweerder heeft vervolgens op 17 november 2021 een voornemen uitgebracht. Eiser is in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken op het voornemen te reageren. Eiser heeft tegen het voornemen geen zienswijze ingediend.

3. Verweerder heeft vervolgens de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daaruit volgt dat een asielaanvraag buiten behandeling kan worden gesteld indien de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij niet binnen een termijn van twee weken heeft aangetoond dat dit niet aan hem is toe te rekenen.

4. Verweerder heeft de rechtbank op 1 februari 2022 laten weten dat eiser sinds 9 december 2021 met onbekende bestemming is vertrokken.

5. De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft. Uit het beroepschrift blijkt namelijk niet waar eiser zich momenteel ophoudt en of zijn gemachtigde contact met hem onderhoudt.

6. De rechtbank overweegt dat na een melding van vertrek met onbekende bestemming de vooronderstelling geldt dat een vreemdeling niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Het ligt dan op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze vooronderstelling onjuist is en daarmee dat er nog sprake is van procesbelang. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) blijkt dat de vreemdeling zijn procesbelang aannemelijk kan maken door te laten weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

7. Bij bericht van 4 februari 2022 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of de gemachtigde weet waar eiser verblijft en of er nog contact is met eiser. De gemachtigde van eiser heeft op 22 februari 2022 bericht dat zij in december 2021 voor het eerst contact heeft gehad met eiser en medio januari 2022 nog eenmaal. Nadien heeft zij niet meer van eiser vernomen. Niet gebleken is dat de gemachtigde op de hoogte is van de verblijfplaats van eiser.

8. Bij brief van 13 maart 2022 heeft de gemachtigde van eiser aangevoerd dat eiser nog procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep omdat aan eiser een inreisverbod is opgelegd. Eiser beroept zich op de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022.

9. In voornoemde uitspraak van de Afdeling is overwogen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van een bij een asielbesluit uitgevaardigd inreisverbod als hij in ieder geval contact met zijn gemachtigde onderhoudt voordat de rechtbank het onderzoek sluit.

10. Niet in geschil is dat de gemachtigde van eiser tijdens de asielprocedure geen contact heeft gehad met eiser. Dit volgt uit het bericht van de gemachtigde van 14 december 2021. Nadien heeft de gemachtigde slechts tweemaal via whatsapp contact gehad. Daarna heeft zij niet meer van eiser vernomen. Omdat eiser sinds medio januari 2022 geen contact heeft gezocht met zijn gemachtigde en de gemachtigde niet weet waar eiser verblijft, concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op toelating tot Nederland en de beoordeling van het inreisverbod.

11. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579 ECLI:NL:RVS:2022:584