Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:4193 ECLI:NL:RBDHA:2022:4193 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:4193 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:4193
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/1140 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Menick), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder meegedeeld dat de opvang van eiseres op 13 januari 2021 beëindigd wordt. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 februari 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Aangezien eiseres dit verzuim niet heeft hersteld heeft de rechtbank eiseres bij brief van 9 juni 2021 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van die brief alsnog te reageren.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:5 Awb, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:4193 · Rechtbank Den Haag: J.W.F. Menick), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder meegedeeld dat de opvang van eiseres op 13 januari 2021 beëindigd wordt. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 februari 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Aangezien eiseres dit verzuim niet heeft hersteld heeft de rechtbank eiseres bij brief van 9 juni 2021 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van die brief alsnog te reageren.

Keywords

AI generated
reintegration into working life recovery of work capacity legal malpractice immediacy of rehabilitation success restoration of time limit post-service health impairment

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:5 Awb
Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 Awb.
artikel 6:6 van de Awb
Het beroep is dan ook gelet op het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/1140 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Menick), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder meegedeeld dat de opvang van eiseres op 13 januari 2021 beëindigd wordt. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 februari 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Aangezien eiseres dit verzuim niet heeft hersteld heeft de rechtbank eiseres bij brief van 9 juni 2021 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van die brief alsnog te reageren.

2. Eiseres heeft binnen de herstelverzuimtermijn geen gronden ingediend.

3. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 Awb. Niet is gebleken dat dit niet aan eiseres is toe te rekenen. Het beroep is dan ook gelet op het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, op 20 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.