Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:4028 ECLI:NL:RBDHA:2022:4028 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:4028 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:4028
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4927 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam] , eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.A. Hardoar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.4928, op 21 april 2022 op zitting behandeld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3 van het EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2022:4028 · Rechtbank Den Haag: Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan en hij bij overdracht aan Italië hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Hierin is eiser niet geslaagd.

Keywords

AI generated
deportation despite health issues refugee status Albanian asylum request cross-border jurisdiction situation in country of origin Dublin transfer to Croatia

Cited Legislation

AI generated
artikel 3 van het EVRM
Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan en hij bij overdracht aan Italië hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2021:464
202005564/1/V1. Datum uitspraak: 25 februari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 oktober 2020 in zaak nr. NL19.17424 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 25 juli 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2021:881
202101833/1/V1 en 202101833/2/V1.
ECLI:NL:RVS:2021:2738
202106240/1/V1. Datum uitspraak: 26 november 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 24 september 2021 in zaak nr. NL21.13790 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2022:376
202200624/1/V1. Datum uitspraak: 8 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]. mede voor hun minderjarige kind., appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 januari 2022 in zaak nr. NL21.17838 en NL21.17840 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 12 november 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4927 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam] , eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.A. Hardoar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.4928, op 21 april 2022 op zitting behandeld.

Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Vaststaat dat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Met het claimakkoord wordt aangenomen dat Italië de aanvraag zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen en zijn internationale verplichtingen.

2. Volgens vaste rechtspraak mag ten aanzien van Italië in beginsel worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook uit recente uitspraken van de Afdeling volgt dat verweerder nog steeds van dit uitgangspunt kan uitgaan. Het door eiser genoemde rapport van het Swiss Refugee Council van januari 2020 heeft de Afdeling in haar uitspraak van 19 april 2021 betrokken en het AIDA-rapport van 3 juni 2021 in haar uitspraak van 26 november 2021.

3. Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan en hij bij overdracht aan Italië hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Hierin is eiser niet geslaagd.

4. Het beroep van eiser op het rapport van het van het Swiss Refugee Council (SFH/OSAR) van 17 februari 2022 slaagt niet, omdat dit is gericht op Dublinclaimanten en statushouders met psychische problemen. Eiser stelt weliswaar die problemen te hebben, maar heeft dit in het geheel niet onderbouwd, Eiser heeft ook niet onderbouwd dat hij als bijzonder kwetsbaar persoon moet worden gezien en daarom niet kan worden overgedragen.

5. Het beroep van eiser op het arrest C.K. tegen Slovenië slaagt evenmin vanwege het ontbreken van enige onderbouwing van zijn gestelde medische problemen.

6. Dit betekent dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening.

7. De stukken die kort voor de zitting door eiser zijn overgelegd geven geen aanleiding om anders te beslissen.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier en gepubliceerd door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:464 en 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 26 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2738 en 8 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:376. Asylum Information Database. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Arrest van Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.