Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:3040 ECLI:NL:RBDHA:2022:3040 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:3040 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:3040
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.4559 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [nummer 1], eiser V-nummer: [nummer 2] (gemachtigde: mr. S.T.V. Le), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I.E. Lemmers). Procesverloop Bij besluit van 15 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 18 maart 2022 heeft eiser de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 22 maart 2022 een verweerschrift ingediend. Op 25 maart 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Eritrese nationaliteit te bezitten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:3040 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit digitaal is ondertekend en dat het certificaat van de digitale handtekening als tijdstempel bevat: 2022/03/15 09:41. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat zowel uit het proces-verbaal van staandehouding, overbrenging en ophouding, het proces-verbaal van gehoor en het aanvullend proces-verbaal (alle ambtsedig opgemaakt op 15 maart 2022) volgt dat eiser op 15 maart 2022 om 09:52 uur in bewaring is gesteld.

Keywords

AI generated
procedural time limits undue delay in asylum late filing time of offence recording of working time departure deadline

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2014:4512
201408621/1/V3 Datum uitspraak: 28 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 17 oktober 2014 in zaak nr. 14/22748 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 17 oktober 2014 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
ECLI:NL:RBDHA:2020:1207
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.708 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:RVS:2020:909
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, 2.
ECLI:NL:RVS:2021:2855
202106320/1/V3. Datum uitspraak: 16 december 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 29 september 2021 in zaak nr. NL21.13937 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 29 augustus 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 29 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.4559 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [nummer 1], eiser V-nummer: [nummer 2] (gemachtigde: mr. S.T.V. Le), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I.E. Lemmers). Procesverloop Bij besluit van 15 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 18 maart 2022 heeft eiser de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 22 maart 2022 een verweerschrift ingediend. Op 25 maart 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Eritrese nationaliteit te bezitten.

2. Volgens eiser is het bestreden besluit niet rechtmatig tot stand gekomen zoals bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 omdat daarin geen tijdstip is vermeld waarop de maatregel van bewaring aan eiser is opgelegd. Verweerder heeft het tijdstip van het bestreden besluit neergelegd in een aanvullend proces-verbaal, maar eiser voert aan dat dit niet mogelijk is.

3. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit digitaal is ondertekend en dat het certificaat van de digitale handtekening als tijdstempel bevat: 2022/03/15 09:41. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat zowel uit het proces-verbaal van staandehouding, overbrenging en ophouding, het proces-verbaal van gehoor en het aanvullend proces-verbaal (alle ambtsedig opgemaakt op 15 maart 2022) volgt dat eiser op 15 maart 2022 om 09:52 uur in bewaring is gesteld.

4. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet hierop aan de vereisten voor een rechtsgeldig besluit tot oplegging van de maatregel van bewaring voldaan. De rechtbank kan aan de hand hiervan namelijk nagaan hoe lang de periode van vrijheidsbeneming voorafgaand aan de maatregel van bewaring heeft geduurd zoals bedoeld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 28 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4512. Daarnaast is niet in geschil dat de maatregel op schrift is gesteld, is ondertekend en aan eiser is uitgereikt.

5. De door eiser aangehaalde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 21 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1207, kan hem dan ook niet baten, omdat daarin volgens de rechtbank sprake was van een maatregel die niet was ondertekend. Bovendien is deze uitspraak vernietigd door de Afdeling bij uitspraak van 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:909.

6. Aan de vraag of het bestreden besluit kon worden aangevuld met een proces-verbaal komt de rechtbank niet meer toe. Uit het oogpunt van finale geschilbeslechting merkt de rechtbank op dat uit de jurisprudentie volgt dat het in algemene zin mogelijk is om een maatregel van bewaring bij proces verbaal aan te vullen (uitspraak van de Afdeling van 16 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2855, rechtsoverweging 2).

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep ongegrond;  wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.