Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:285 ECLI:NL:RBDHA:2022:285 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:285 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:285
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12378 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam 1] , V-nummer: [Nummer 1] , verzoeker mede namens zijn minderjarige kind: [Naam 2] , V-nummer: [Nummer 2] (gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.12377, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:285 · Rechtbank Den Haag: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Keywords

AI generated
timely postal transmission unjustified procedural delay validity of service deadline for communication late filing delayed endorsement
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12378 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam 1] , V-nummer: [Nummer 1] , verzoeker mede namens zijn minderjarige kind: [Naam 2] , V-nummer: [Nummer 2] (gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.12377, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden als kennelijk ongegrond af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.