Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:2785 ECLI:NL:RBDHA:2022:2785 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:2785 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:2785
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/5471 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.W. Badulkhan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor ‘verblijf als gezinslid bij referent’ afgewezen. Bij besluit van 14 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar hiertegen kennelijk ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 Awb, artikel 6:5 Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:2785 · Rechtbank Den Haag: Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.

Keywords

AI generated
duration of incapacity limited work availability restoration of deadline excusable delay untimely termination impossibility of performance

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 Awb
Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.
artikel 6:5 Awb
Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/5471 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.W. Badulkhan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor ‘verblijf als gezinslid bij referent’ afgewezen. Bij besluit van 14 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar hiertegen kennelijk ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.

2. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van eiseres geen gronden bevat. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 28 september 2021 hierop gewezen en haar in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen vier weken na de verzending van de brief. Daarbij is eiseres erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ingediend. Op 22 november 2021 is aan eiseres een herinnering gestuurd. Eiseres heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. Niet is gebleken dat dit niet aan eiseres is toe te rekenen. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 Awb.

3. Het beroep zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, op 23 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.