Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:1920 ECLI:NL:RBDHA:2022:1920 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:1920 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:1920
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/370 en SGR 21/1532 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. A.F. Mandos), en de Korpschef van Politie, verweerder (gemachtigden: mr. S. Maas en mr. M.W. Kolkman). Procesverloop Bij besluit van 17 juli 2020 (het primaire besluit 1) heeft de Politiechef van Den Haag namens verweerder toestemming geweigerd om eiser beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten voor [bedrijf 1] [plaats 1] en is tevens de toestemming om eiser beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten voor [bedrijf 2] te [plaats 1] ingetrokken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:1920 · Rechtbank Den Haag: Het betoog van eiser dat verweerder in strijd met de onschuldpresumptie heeft gehandeld slaagt niet. Eiser was op het moment dat de primaire besluiten werden genomen door de politierechter al veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren wegens opzettelijke verduistering (artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht). Dat eiser ten tijde van het voornemen tot weigering en intrekking van de toestemming nog niet was veroordeeld doet daaraan niet af.

Keywords

AI generated
police permit police misconduct dismissal of traffic proceedings offenses against legal certainty offences against official duty authorization for criminal prosecution

Cited Legislation

AI generated
artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht
Eiser was op het moment dat de primaire besluiten werden genomen door de politierechter al veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren wegens opzettelijke verduistering (artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht).

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/370 en SGR 21/1532 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2022 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. A.F. Mandos), en de Korpschef van Politie, verweerder (gemachtigden: mr. S. Maas en mr. M.W. Kolkman). Procesverloop Bij besluit van 17 juli 2020 (het primaire besluit 1) heeft de Politiechef van Den Haag namens verweerder toestemming geweigerd om eiser beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten voor [bedrijf 1] [plaats 1] en is tevens de toestemming om eiser beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten voor [bedrijf 2] te [plaats 1] ingetrokken.

Bij besluit van 15 juli 2020 (het primaire besluit 2) heeft de Politiechef van Midden-Nederland namens verweerder de toestemming om eiser beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten voor [bedrijf 3] te [plaats 2] ingetrokken. Bij besluit van 11 december 2020 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit 1 ongegrond verklaard. Bij besluit van 29 december 2020 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit 2 ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

De zitting heeft plaatsgevonden door middel van een beeldverbinding op 9 maart 2022. Daaraan namen deel de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Het betoog van eiser dat verweerder in strijd met de onschuldpresumptie heeft gehandeld slaagt niet. Eiser was op het moment dat de primaire besluiten werden genomen door de politierechter al veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren wegens opzettelijke verduistering (artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht). Dat eiser ten tijde van het voornemen tot weigering en intrekking van de toestemming nog niet was veroordeeld doet daaraan niet af.

3. Eiser stelt dat hij goede proceseconomische redenen had om niet in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van de politierechter. Hij had echter in hoger beroep wel kans gemaakt omdat de politierechter ten onrechte is uitgegaan van voorwaardelijk opzet. De rechtbank is van oordeel dat, omdat eiser geen hoger beroep heeft ingesteld, verweerder mocht uitgaan van de veroordeling door de politierechter. De vraag of de politierechter is uitgegaan van voorwaardelijk opzet is daarbij niet relevant. Uit het vonnis van de politierechter blijkt niet dat de politierechter ervan is uitgegaan dat de portemonnee geen noemenswaardige inhoud had. Gelet op de veroordeling door de politierechter hoefde verweerder niet een eigen afweging te maken over de vraag of de veroordeling terecht was.

4. Onder verwijzing naar de uitspraak van 6 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:502, oordeelt de rechtbank dat aan medewerkers in de beveiligingsbranche hoge eisen mogen worden gesteld. Verweerder mocht het belang dat in deze branche slechts betrouwbaar personeel te werk wordt gesteld zwaarder laten wegen dan het belang van eiser om zijn werkzaamheden in de beveiligingsbranche te kunnen blijven uitoefenen.

5. De beroepen zijn ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Leijten, griffier, op 9 maart 2022. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.