Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:15580 ECLI:NL:RBDHA:2022:15580 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:15580 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:15580
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.9434 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Eliya) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Overwegingen 1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:15580 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft de aanvraag ingediend op 30 september 2021. Verweerder moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Op 25 maart 2022 heeft verweerder eiser op de hoogte gesteld van een verlenging van de beslistermijn, die verliep op 31 maart 2022. Op grond van artikel 42, vierde lid, Vw is de beslistermijn verlengd naar 29 december 2022. Eiser heeft verweerder op 28 april 2022, door verweerder ontvangen op 29 april 2022, in gebreke gesteld. Op het moment van de ingebrekestelling was de beslistermijn nog niet verstreken, zodat de ingebrekestelling prematuur is.

Keywords

AI generated
statutory deadline untimely request for extension duration of insurance entitlement reasonable duration of the proceedings extension of probation period statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.9434 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Eliya) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Overwegingen 1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn.

Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond? 3.

Eiser heeft de aanvraag ingediend op 30 september 2021. Verweerder moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Op 25 maart 2022 heeft verweerder eiser op de hoogte gesteld van een verlenging van de beslistermijn, die verliep op 31 maart 2022. Op grond van artikel 42, vierde lid, Vw is de beslistermijn verlengd naar 29 december 2022. Eiser heeft verweerder op 28 april 2022, door verweerder ontvangen op 29 april 2022, in gebreke gesteld. Op het moment van de ingebrekestelling was de beslistermijn nog niet verstreken, zodat de ingebrekestelling prematuur is.

Het beroep dient 1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb 3 Dit staat in artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard. Conclusie en gevolgen 4. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van J.M.T.

Zoon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 december 2022 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.