Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:14871 ECLI:NL:RBDHA:2022:14871 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:14871 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:14871
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24823 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2022 in de zaak tussen [Eiser], v-nummer [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.O. Wattilete), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: mr. R.L.C. Zandbelt). Procesverloop Bij besluit van 3 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:14871 · Rechtbank Den Haag: M.O. Wattilete), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: mr. R.L.C. Zandbelt). Procesverloop Bij besluit van 3 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
Dublin transfer Dublin system regulations risk of overstaying unreasonableness of expulsion State Secretariat for Migration ground for detention
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24823 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2022 in de zaak tussen [Eiser], v-nummer [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.O. Wattilete), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (gemachtigde: mr. R.L.C. Zandbelt). Procesverloop Bij besluit van 3 december 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 13 december 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, via beeldverbinding, bijgestaan door zijn gemachtigde, in de rechtszaal. De staatssecretaris is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. In de maatregel van bewaring overweegt de staatssecretaris dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.

De staatssecretaris vermeldt, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb 2000), als zware gronden dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. 1.1.

Eiser heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd niet bestreden. 1.2. Op de zitting heeft de rechtbank ambtshalve aan de orde gesteld dat uit de feitelijke toelichting van lichte grond 4c, niet blijkt dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De staatssecretaris heeft vervolgens lichte grond 4c ingetrokken. 1.3. Uit de (overgebleven) gronden volgt dat er een risico is dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. In de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens ziet de rechtbank verder geen aanleiding om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen 2. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. S.H.M. Aben, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.