ECLI:NL:RBDHA:2022:14802 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.15270 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L.M. Straver), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluit van 8 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:14802 · Rechtbank Den Haag: Verweerder is uiteindelijk, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen, maar heeft wel een verweerschrift ingediend. Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift met een aanvullend beroepschrift. Partijen hebben op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht toestemming gegeven deze zaak verder buiten zitting af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 7 september 2022. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.15269, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.15270 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L.M. Straver), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk). Procesverloop Bij besluit van 8 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft gevraagd om de zaak aan te houden (samen met de zaak NL22.15269) in verband met de staking van de Nederlandse Spoorwegen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen en heeft samen met partijen een andere oplossing gevonden. De zitting zal doorgaan. Verweerder kan dan ter zitting zijn standpunten kenbaar maken. De zittingsaantekeningen zullen in het digitaal dossier worden geplaatst, zodat eiser daar vóór 2 september 2022 op kan reageren.
Verweerder is uiteindelijk, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen, maar heeft wel een verweerschrift ingediend. Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift met een aanvullend beroepschrift. Partijen hebben op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht toestemming gegeven deze zaak verder buiten zitting af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 7 september 2022. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.15269, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 09 september 2022 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.