ECLI:NL:RBDHA:2022:14701 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.420 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan verzoekster verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ (referent) ingetrokken met ingang van 21 februari 2021.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2022:14701 · Rechtbank Den Haag: Bij besluit van 14 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen. De voorzieningenrechter sluit nu met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.417, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.420 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan verzoekster verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ (referent) ingetrokken met ingang van 21 februari 2021.
Bij besluit van 14 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen. De voorzieningenrechter sluit nu met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.417, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 september 2022 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.