Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:138 ECLI:NL:RBDHA:2022:138 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:138 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:138
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19338 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 10 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:138 · Rechtbank Den Haag: M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 10 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
expired residence permit removal under immigration law departure deadline unlawful stay revocation of refugee status absence without leave

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19338 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. (gemachtigde: mr. G.T. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 10 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL19339, op 6 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Beoordeeld moet worden of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij bericht van 4 januari 2022 heeft verweerder namelijk meegedeeld dat uit zijn systeem blijkt dat eiser op 28 december 2021 met onbekende bestemming is vertrokken.

Verweerder heeft vervolgens contact opgenomen met de gemachtigde van eiser, die heeft verklaard niet te weten wanneer hij voor het laatst contact had met eiser en ook niet weet waar eiser verblijft. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser telefonisch aan de rechtbank bevestigd dat de strekking van de brief van verweerder juist is.

2. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en verder openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Zie voor dit oordeel ook: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.