Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:12971 ECLI:NL:RBDHA:2022:12971 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:12971 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:12971
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23068 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoekster V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf. Hangende het beroep heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Verzoekster heeft het beroep hierna ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:12971 · Rechtbank Den Haag: Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

Keywords

AI generated
deduction of professional expenses action by staff party costs remission of procedural costs reimbursement of costs reduction of statutory salary increase

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23068 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoekster V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf. Hangende het beroep heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Verzoekster heeft het beroep hierna ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. De rechtbank stelt vast dat verzoekster gelijktijdig met de intrekking van het beroep heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verzoekster heeft naar het oordeel van de rechtbank, vanwege het ongebruikt verstrijken van de beslistermijn, aanleiding kunnen zien om beroep in te stellen. Zij heeft verweerder voorafgaand hieraan ook op een geldige wijze in gebreke gesteld. Verweerder is vervolgens aan verzoekster tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen.

3. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de proceskosten aan de zijde van verzoekster vast op € 379,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van € 759,- per punt en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.