Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:12704
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: AWB 22/5525 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. Z.M. Alaca), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser ingetrokken. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Awb, artikel 69 van de Vw, artikel 6:7 van de Awb, artikel 6:11 van de Awb, artikel 3:41 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 · Rechtbank Den Haag: De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 24 januari 2020 en eindigde op 21 februari 2020. Het beroepschrift van 22 augustus 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69 van de Vw bepaalde termijn van vier weken door verweerder ontvangen, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is.

Keywords

AI generated
notification of address change untimely restitution petition untimely notification of defects late payment of fees time limit for revision irregular postal delivery

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Awb
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting.
artikel 69 van de Vw
Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken.
artikel 6:7 van de Awb
Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken.
artikel 6:11 van de Awb
In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
artikel 3:41 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: AWB 22/5525 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. Z.M. Alaca), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser ingetrokken. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

2. Bekendmaking van een besluit geschiedt volgens artikel 3:41, eerste lid van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor afloop van de termijn is ontvangen. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3. De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 24 januari 2020 en eindigde op 21 februari 2020. Het beroepschrift van 22 augustus 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69 van de Vw bepaalde termijn van vier weken door verweerder ontvangen, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is.

4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft het bestuursorgaan aan zijn bekendmakingsverplichting als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb voldaan als het besluit wordt verzonden naar het laatst bekende adres van de betrokkene, ook al is dit niet meer juist, en de betrokkene heeft nagelaten het bestuursorgaan van de adreswijziging op de hoogte te stellen.

5. Op eiser rust op grond van artikel 4.37 van het Vb de verantwoordelijkheid om binnen vijf dagen na verandering van zijn adres of van woon- of verblijfplaats binnen Nederland de IND daarvan op de hoogte te stellen.

6. Uit de door verweerder overgelegde uitdraai van 14 januari 2022 en het bestreden besluit van 24 januari 2020 blijkt dat het bestreden besluit is verzonden naar het laatst bekende adres van eiser. Eiser heeft verweerder niet op de hoogte gesteld van zijn nieuwe adres. Eiser heeft dan ook niet voldaan aan artikel 4.37 van het Vb. Eiser heeft door verweerder niet op de hoogte te brengen van zijn adreswijziging het risico genomen dat verweerder een eventueel besluit naar zijn oude adres zou versturen. De nadelige gevolgen van dit risico zijn geheel voor rekening van eiser.

7. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1082. Vreemdelingenbesluit 2000. Immigratie- en Naturalisatiedienst.