Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:12552
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

ECLI:NL:RVS:2021:1481. 2 ECLI:NL:RVS:2022:1248 3 ECLI:NL:RVS:2022:1394 De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 juni 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 · Rechtbank Den Haag: Eiser voert aan dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, en verwijst naar het AIDA-rapport over Spanje, Update 2021. Uit dit rapport blijkt dat opvang niet voor alle Dublinterugkeerders beschikbaar is, waardoor zij op straat moeten overleven, en kunnen zij tegen obstakels aanlopen bij het opnieuw toegelaten worden tot de asielprocedure. Overdracht van eiser aan Spanje is in strijd is met artikel 3 van Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest).

Keywords

AI generated
deportation despite health issues risk of emigration illegal departure grounds prohibition of expulsion of nationals unreasonableness of return to Afghanistan principle of non-refoulement

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2021:1481
202004541/1/V3. Datum uitspraak: 8 juli 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 11 augustus 2020 in zaak nr. NL20.12561 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2022:1248
202201823/1/V3 en 202201823/2/V3 Datum uitspraak: 26 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 maart 2022 in zaak nr. NL22.2238 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
ECLI:NL:RVS:2022:1394
202202619/1/V3. Datum uitspraak: 12 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 april 2022 in zaak nr. NL22.5158 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8326 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Hopman). Procesverloop Bij besluit van 10 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.8327, op 31 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

2. Eiser voert aan dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, en verwijst naar het AIDA-rapport over Spanje, Update 2021. Uit dit rapport blijkt dat opvang niet voor alle Dublinterugkeerders beschikbaar is, waardoor zij op straat moeten overleven, en kunnen zij tegen obstakels aanlopen bij het opnieuw toegelaten worden tot de asielprocedure. Overdracht van eiser aan Spanje is in strijd is met artikel 3 van Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest).

3. De rechtbank oordeelt als volgt. Verweerder mag er in het algemeen op vertrouwen dat alle landen die partij zijn bij de Dublinverordening zich houden aan hun internationale verplichtingen (het zogenoemde interstatelijk vertrouwensbeginsel). Verweerder mag er daarom van uitgaan dat elke lidstaat dezelfde waarborgen biedt, ook voor bijvoorbeeld medische zorg, opvang etc. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser is hierin niet geslaagd.

4. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in haar uitspraak van 8 juli 20211 geoordeeld dat met een beroep op het AIDA-landenrapport over Spanje, Update 2019, niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid halen. De ABRvS heeft in de uitspraken van 26 april 20222 en 12 mei 20223 bevestigd dat ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan. Hoewel uit het AIDA-rapport, Update 2021, blijkt dat er tekortkomingen zijn met betrekking tot de opvang en dat het voor Dublinterugkeerders niet altijd mogelijk was om hier toegang toe te krijgen, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat Dublinterugkeerders helemaal geen toegang tot de opvang kunnen verkrijgen. Eiser dient bij voorkomende problemen met betrekking tot het verkrijgen van opvang zich te beklagen bij de (hogere) autoriteiten van Spanje. Niet is gebleken dat zij eiser niet willen of kunnen helpen of dat klagen bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

1. ECLI:NL:RVS:2021:1481. 2 ECLI:NL:RVS:2022:1248 3 ECLI:NL:RVS:2022:1394 De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 juni 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.