ECLI:NL:RBDHA:2022:11208 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/7076 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 oktober 2022 in de zaak tussen [verzoeker 1], v-nummer: [v-nummer 1], [verzoeker 2] , v-nummer: [v-nummer 2], hierna tezamen te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.K. Jhinnoe). Procesverloop Bij besluit van 6 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekers voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2022:11208 · Rechtbank Den Haag: Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 6 december 2021 (bestreden besluit) het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/7076 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 oktober 2022 in de zaak tussen [verzoeker 1], v-nummer: [v-nummer 1], [verzoeker 2] , v-nummer: [v-nummer 2], hierna tezamen te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.K. Jhinnoe). Procesverloop Bij besluit van 6 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekers voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen.
Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 6 december 2021 (bestreden besluit) het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2022. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zie de uitspraak met zaaknummer NL22.13173.