Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2022:10053 ECLI:NL:RBDHA:2022:10053 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:10053 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2022:10053
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/4052 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam 1], verzoekster V-nummer: [nummer], en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 26 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor ‘verblijf bij echtgenoot [naam 2]’ afgewezen. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 14 juli 2020 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2022:10053 · Rechtbank Den Haag: Aangezien er al op het bezwaar is beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Bij brieven van 16 juli 2020, 17 augustus 2020 en 27 augustus 2020 heeft de voorzieningenrechter verzoekster medegedeeld dat beroep open staat tegen het besluit op bezwaar. Verzoekster heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. Daarom kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).

Keywords

AI generated
discontinuation of proceedings untimely request for extension withdrawal of legal petition waiver of wage claims timeliness of recusal request untimely termination
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/4052 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam 1], verzoekster V-nummer: [nummer], en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 26 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor ‘verblijf bij echtgenoot [naam 2]’ afgewezen. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 14 juli 2020 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is.

2. Aangezien er al op het bezwaar is beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Bij brieven van 16 juli 2020, 17 augustus 2020 en 27 augustus 2020 heeft de voorzieningenrechter verzoekster medegedeeld dat beroep open staat tegen het besluit op bezwaar. Verzoekster heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. Daarom kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.