ECLI:NL:RBDHA:2021:7362 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/1962 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2021:7362 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 21/1962 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
3. Het verzoek is ingediend hangende bezwaar. Inmiddels is op 4 mei 2021 een beslissing genomen op bezwaar waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard.
4. Verzoeker heeft geen beroepschrift ingediend tegen deze beslissing op bezwaar zoals bedoeld in artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb. Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening evenmin ingetrokken.
5. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, op 8 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.