ECLI:NL:RBDHA:2021:7267 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9010 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. S. Igdeli), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: drs. J.M. Sidler). Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2021:7267 · Rechtbank Den Haag: S. Igdeli), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: drs. J.M. Sidler). Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9010 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. S. Igdeli), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: drs. J.M. Sidler). Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL21.9009, op 7 juli 2021 op zitting behandeld in Dordrecht op de zittingslocatie van de rechtbank Rotterdam aldaar. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.9009, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. A. Gerde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.